Parentificatie
Parentificatie | Wat is parentificatie? Wat zijn de gevolgen van parentificatie? En hoe kun je helen van parentificatie?

Wat is parentificatie?
Je kunt daardoor tekort komen omdat je in meer of mindere mate niet voldoende bent gezien als individu met eigen gedachten, gevoelens en behoeftes. Parentificatie bevindt zich in een spectrum waarbij er sprake kan zijn van een beetje tot een volledige rolomkering.
Wanneer je geparentificeerd bent, ben je vaak sensitief, heb je een groot empathisch vermogen en voel je van alles aan. Je weet daardoor precies waar de schoen wringt bij de ouder en speelt daarop in. Mede vanuit loyaliteit pas je je aan op bewuste en onbewuste behoeftes van de ouder. Er is bijvoorbeeld onverwerkt lijden bij je ouder. Je gaat dan redderen, bemoedigen, steunen en troosten ten koste van jezelf. Je bent zo sterk gericht en afgestemd op de omgeving en de ander dat dit je eigen ontwikkeling zelfs kan belemmeren.
Vaak is er een verstoring in de balans tussen autonomie en afhankelijkheid en zelf-ander problematiek. Dit gaat over hoe je de ander beleeft en hangt samen met hechting en je familiesysteem waarover later in dit artikel meer. Parentificatie is een vorm van emotionele verwaarlozing, lees meer over emotionele verwaarlozing in dit blog.
In het boek de Fontein van Els van Steijn wordt parentificatie mooi uitgelegd aan de hand van de metafoor van de fontein met verschillende bakken die onder elkaar het water doorgeven en opvangen. In een gezond familiesysteem staan de ouders boven de bak van het kind en stroomt het water naar beneden zodat je kunt ontvangen. Wanneer je niet op je plek staat, maar boven de bak van de ouders, ontvang je niet. Je komt dan tekort in je behoeftes en laat het jezelf niet goed gaan. Als kind moet je min of meer voldoende ontvangen om te kunnen groeien.
Er zijn verschillende vormen en gradaties van parentificatie en het is zeker niet per definitie problematisch of zorgelijk. Het is grofweg in te delen in constructieve en destructieve parentificatie.
Constructieve parentificatie houdt in dat je als kind bijvoorbeeld een korte tijd hebt geholpen bij iets wat eigenlijk nog niet paste bij je leeftijd, maar waar je veel erkenning en steun voor hebt gekregen. Je ouders waren op je afgestemd en hebben je voldoende gezien en gespiegeld en waren op de hoogte van je emotionele en ontwikkelingsbehoeftes. Je leert dan in positieve zin over jezelf na te denken als ‘ik ben iemand die ..’ waardoor het je gevoel van zelfwaarde versterkt. Vanwege de verantwoordelijkheid kun je er dan juist door groeien.
Van destructieve parentificatie kan worden gesproken wanneer het helpen ten koste gaat van de autonomie. Als kind moest je bijvoorbeeld zorgen en helpen en kon daardoor niet spelen met andere kinderen omdat je moest voldoen aan de wensen van je ouder. Er werd dan niet afgestemd op je behoeften en je kreeg bijvoorbeeld verantwoordelijkheden die niet pasten bij de cognitieve, lichamelijke en emotionele ontwikkeling.
Destructieve parentificatie kan ook ontstaan wanneer je behoeftes als kind werden verwaarloosd of misbruikt. Wanneer er door jou als kind moest worden voldaan aan de emotioneel onvolwassen behoeftes van je ouder, of wanneer je rollen kreeg toebedeeld in het gezin die de ontwikkeling belemmerden zoals de rol van de zondebok.
Bij praktische parentificatie wordt er vooral praktische hulp gevraagd. Als kind help je bijvoorbeeld in het huishouden of je zorgt voor broertjes of zusjes. Bij emotionele parentificatie kon je vader of moeder ouder jou als vertrouweling behandelen, of je ging je ouder van advies voorzien of zelfs de rol van partner aannemen in een meer extreme vorm. Door emotionele parentificatie werd je als kind op emotioneel vlak overbelast.
Afhankelijk van je karakter of je positie in het gezin nam je een bepaalde rol aan of kreeg je die toebedeeld, dit speelt een rol in de vorm van parentificatie. Er zijn er namelijk verschillende.
Zoals eerder genoemd kon je als kind de rol krijgen van ouder of verzorger van je ouder, van vertrouweling of steunfiguur, als opvoeder van de andere kinderen of kon je zelfs de rol van partner van je ouder krijgen. Er is ook nog de rol van het perfecte kind dat aan alle verwachtingen van de ouders probeert te voldoen en vooral sociaal wenselijk reageert. Je onderwerpt jezelf dan, past jezelf aan en offert daarmee je autonomie op.
De tegenhanger hiervan is de rol van de zondebok of van het zwarte schaap. Deze rol wordt (onbewust) aangenomen zodat spanningen binnen het gezin worden afgeleid. Was je het zwarte schaap? Dan was jij het kind dat het altijd heeft gedaan. Als zondebok ben je meer vrijgevochten en lijk je jezelf af te zetten en los te maken van het systeem.
Je hebt ook de rol kunnen krijgen van het kind dat kind moest blijven. In dat geval werd je te klein gehouden zodat er aan de zorgende behoefte van je ouder kon worden voldaan. In zo’n geval is de balans tussen afhankelijkheid en autonomie verstoord. Je kreeg dan te weinig autonomie. De ouder blijft betuttelend reageren waardoor de groei van het kind wordt belemmerd. Je wordt dan teveel beschermd en begrensd en moet afhankelijk blijven van de zorg waardoor je je niet kunt losmaken en ook niet verder kunt ontwikkelen.
Het tegenovergestelde hiervan kan ook het geval zijn. Als kind moest je dan juist te snel zelfstandig zijn. Bijvoorbeeld wanneer je de rol van steunfiguur van de ouder kreeg. Je moest jezelf dan groter maken. Dat lijkt dan zeer autonoom terwijl je ondertussen mogelijk de behoefte aan afhankelijkheid onderdrukte.
De extreme loyaliteit aan de ouders zorgt in deze constructies voor verbinding. De behoefte van de ouder staat in alle gevallen boven de behoefte van het kind. Op de behoefte van het kind wordt te weinig afgestemd vanuit de eigen onopgeloste problematiek van de ouder. Het is niet zo dat het geen goede ouders zijn, maar de ouders zijn zelf noodlijdend en op zoek naar iemand die beschikbaar is.
Ten slotte nog de rol van kinderen van ouders met verslavingsproblemen (KOV) en kinderen van ouders met psychische problemen (KOPP). Wanneer je KOPP/KOV kind bent is er een grote kans op parentificatie en voel je je vaak oververantwoordelijk voor de ouder.
Bij KOV zie je dat het kind meestal de zorgende rol op zich neemt. Je geeft dan veel, biedt zowel praktische als emotionele steun. Je durft zelf weinig te vragen omdat je vreest teveel te vragen of vreest dat de ander dan tekort wordt gedaan. Het kan destructieve parentificatie worden bij langdurige, of kortdurende maar ernstige problematiek. Ook bij KOPP kan het tot problemen in de opvoeding lijden wanneer er ernstige en langdurige problematiek is. Andere risicogroepen zijn: kinderen van ouders die scheiden, chronisch zieke kinderen, asielzoekers en hun kinderen en kinderen van ouders met een beperking.
Er zijn diverse vormen van ouderrollen waarin de ouder een beroep kan doen op de verbinding, de loyaliteit of het gehechtheidssysteem tussen het kind en de ouder. Het kind wordt dan ingezet om de ouder te voorzien in diens behoefte aan veiligheid. Iets waar de ouder zelf geen verantwoordelijk voor kan of wil nemen. Voorbeelden hiervan zijn:
- De overbezorgde ouder
- De hulpeloze, incompetente of verwarde ouder
- De ouder roept schuldgevoel op zodat het kind voorkomt de ouder te kwetsen
- De ouder bekritiseerd het kind continue of geeft commentaar op zaken zoals het uiterlijk of vertoond grenzeloos gedrag door het dagboek te lezen. Het kind wordt hier ingezet om in de ouder zijn behoefte van veiligheid of zelfvertrouwen te voorzien
- De ouder wil dat het kind een beschermende positie inneemt tegen een andere ouder
- De ouder stort in elkaar wanneer het kind zorg nodig heeft of in nood is
- De ouder gebruikt het kind psychologisch en emotioneel als partner of zelfs als romantische of seksuele partner
Parentificatie wordt vaak over meerdere generaties doorgegeven. Omdat de ouders in hun eigen opvoeding verantwoordelijkheden kregen die niet pasten bij de ontwikkelingsleeftijd, of rollen kregen toebedeeld die de ontwikkeling remde, hebben ze nooit goed geleerd wat je kunt vragen van een kind op het vlak van ondersteuning.
Een ouder kan er voor kiezen om het anders of juist het tegenovergestelde te gaan doen dan de eigen ouders. Wanneer dit echter gebeurt vanuit de eigen negatieve ervaringen in de jeugd, en een onverwerkt verleden, kan de valkuil ontstaan dat er nog steeds niet aan de behoeftes van het kind wordt voldaan.
Wanneer een moeder bijvoorbeeld in haar eigen jeugd veel moest zorgen kan ze besluiten dat niet te willen voor haar eigen kinderen. Hierdoor reageert ze mogelijk overbezorgd en voedt ze te beschermend op waardoor het kind zich ook niet goed kan ontwikkelen. Of ze verlangt bijvoorbeeld van haar kinderen dat die voor haar gaan zorgen en zo wordt het stokje op die manier weer doorgegeven naar de volgende generatie.
Wat zijn de gevolgen van parentificatie?
Parentificatie kan gevolgen hebben op het vlak van de hechting en de hechtingstijl. Een veilige hechting ontstaat wanneer er in je behoeften wordt voorzien (veiligheid, warmte, liefde, bescherming, erbij horen) en wanneer er voldoende op je wordt afgestemd. Ouders zijn emotioneel beschikbaar. Wanneer er even geen afstemming is tussen ouder en kind en de verbinding is verbroken kunnen de ouders deze verbinding weer herstellen.
Zodoende leer je als kind dat het veilig is om afhankelijk te zijn, nabijheid is niet beangstigend maar veilig en hoeft dus niet vermeden te worden. Bij een veilige hechting kan stress beter worden verdragen, is er meer veerkracht bij stress en is de geheugenfunctie beter.
Bij parentificatie kunnen er gevolgen zijn op het hechtingsvlak. Je vermijdt dan bijvoorbeeld nabijheid of voelt angst bij nabijheid. Dit uit zich vaak in intieme relaties. Op volwassen leeftijd kun je hierdoor verlatingsangst of bindingsangst ervaren.
Je kunt alsnog een veilige hechting ontwikkelen. Een veilige hechting kan je o.a. het volgende opleveren:
- Er is een gevoel van een anker in de wereld, een plek waarmee je bent verbonden en wat helpt om een gevoel van veiligheid op te bouwen
- Je durft anderen om hulp te vragen
- Je hebt een plek om te rusten, waar je niet alleen bent en koestering ervaart door een ander
- Je eigenwaarde en zelfvertrouwen kunnen versterken
- Je kunt jezelf beter leren reguleren
Wanneer je voldoende bent gespiegeld, begrensd en wanneer er voldoende is afgestemd op je behoeftes en emoties ontwikkel je een eigen ik. Je kent jezelf, weet wat van jou is of van de ander en je kent je grenzen. Je kunt je gevoelens benoemen en bent afgestemd op jezelf en in verbinding met jezelf en je lichaam. Je bent zowel autonoom als goed in verbinding met de ander op een gelijkwaardig niveau en geven en nemen is voldoende in balans.
Bij parentificatie is de autonomie vaak niet goed ontwikkeld. Je kunt dan moeite hebben om te weten wat je wilt en misschien vind je het lastig om je behoeftes kenbaar te maken. Het kan ook lastig zijn om met je emoties om te gaan. Geparentificeerde mensen voelen zich al snel verantwoordelijk of hebben last van perfectionisme, schuld- en schaamtegevoelens of van een negatief zelfbeeld.
Het is de kunst om een goede balans te vinden tussen geven en ontvangen. In het contact met anderen kan er vanuit het gewend zijn om te geven, namelijk een ‘’dwangmatig geven’’ ontstaan. Parentificatie kan verder leiden tot een verminderde zelfwaarde en de overtuiging dat je de liefde niet waard bent. Tegenover andere volwassenen kun je steeds een zorgende rol innemen en er wordt een persoonlijkheid ontwikkeld die vooral om zorg en dienstbaarheid draait. Je bent dan altijd maar bezig met anderen en andermans behoeftes.
Er is een verband tussen het ontwikkelen van een vals zelf en parentificatie. Als gevolg van het jarenlange afstemmen op de behoeftes van de ander of willen voldoen aan de onrealistische verwachtingen van de ander kan er een vals zelf ontstaan.
Je bent dan niet goed gespiegeld. Dit betekent dat je ouder een beeld op je heeft geprojecteerd wat niet klopte. Je bent niet goed gezien, er werd bijvoorbeeld een zondebok of een perfect kind op je geprojecteerd. Je leert daardoor niet goed wie je bent en leert evenmin of iets van de ander is of van jouzelf.
Een vals zelf ontwikkel je wanneer het als onveilig wordt ervaren om jezelf te zijn of om jezelf te laten zien. Je weet dan niet goed wie je zelf bent of wat je behoeftes, gevoelens of grenzen zijn. Mogelijk heb je al die tijd een sociaal wenselijk beeld laten zien en neem je een pleasende houding aan ten koste van je ware zelf.
Bij met name de kinderen die de perfecte rol en de zorgende rol aannamen is er een kans dat de identiteitsontwikkeling is gestagneerd met het risico dat er een vals zelf is ontwikkeld. Er zijn verschillende gradaties in de uiting van een vals zelf. Soms in extreme gevallen heeft iemand helemaal geen eigen zelf ontwikkeld doordat het alleen maar gericht is op wat de ander wil. Het kan ook zo zijn dat iemand alleen een vals zelf laat zien in situaties die als onveilig worden ervaren.
Natuurlijk zijn er ook positieve punten op te noemen. Zoals eerder genoemd heb je als geparentificeerde vaak een groot empatisch vermogen. Verder heb je oog voor het geheel of het systeem en is er een grote kans dat je het vaak goed deed op school. Waarschijnlijk ben je sociaal en maatschappelijk geliefd, loyaal en met een groot verantwoordelijkheidsgevoel.
Als geparentificeerd kind ben je waarschijnlijk ook gewend om aan te pakken, perfectionistisch en heb je doorzettingsvermogen. Vaak hebben geparentificeerden van hun kwaliteiten op het zorggebied hun beroep gemaakt en zijn in de gezondheidszorg gaan werken. Deze kwaliteiten kunnen alleen wel valkuilen worden wanneer ze niet voldoende worden gedoseerd en ligt een burn-out mogelijk op de loer.
Er lijkt enige samenhang te zijn tussen parentificatie en hoogsensitiviteit (HSP) wat een persoonlijkheidskenmerk is. Zo zie je bij HSP’ers ook vaak kenmerken als gevoeligheid voor de verwachting van anderen, aanpassen aan de wensen van anderen, goed kunnen inleven in anderen, het leed van anderen aantrekken, zorgzaamheid en perfectionisme
Mogelijk zijn kinderen met HSP vanwege deze kenmerken eerder geneigd om te gaan zorgen voor de ouder vanwege het opmerken van de behoeftigheid. Al kan het natuurlijk ook zo zijn dat kinderen juist een zekere gevoeligheid zijn gaan ontwikkelen vanuit de rol die ze kregen toebedeeld.
Hoe kun je helen van parentificatie
Het is lang niet altijd nodig dat er bij parentificatie professionele hulpverlening aan bod komt. Niet iedereen lijdt onder de rolomkering en het leidt ook niet altijd tot problemen. Wanneer er sprake is geweest van rolomkering is dat op zich geen reden tot het volgen van psychotherapie. Wanneer het echter traumatiserende gevolgen heeft gehad kan psychotherapie wel worden overwogen.
Parentificatie hangt vaak samen met verschillende psychische problemen zoals: zelfbeeldproblemen, burn-out, angst- en depressieve klachten, posttraumatische klachten, eetstoornissen en middelenmisbruik, schaamte, emotionele ontregeling, dissociatieve stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en een verhoogde kans op suïcidaliteit.
Ondanks de veelheid aan protocollen in de GGZ is er geen protocol voor parentificatie. Parentificatie is immers geen psychische stoornis, maar wel een transdiagnostische factor. Een transdiagnostische factor wil zeggen dat het een onderliggend instandhoudend probleem is en zich in verschillende symptomen kan uiten zoals bijvoorbeeld de eerder genoemde psychische problemen.
Een behandeling of coaching kan zich richten op het verbeteren van je zelfbeeld en zelfvertrouwen, het reguleren van lastige emoties en het versterken van je autonomie. Bij het versterken van de autonomie kun je denken aan voor jezelf opkomen, assertiviteit, weten wat je wilt, je eigen keuzes maken, stilstaan bij je gevoelens en behoeftes en wat je mening is over iets. Het leren aanvoelen en aangeven van grenzen. Om grenzen te leren aanvoelen is het handig om eerst te leren voelen.
Wanneer je niet op je plek stond in je gezin ben je vaak het contact met je gevoel kwijtgeraakt en ben je in je hoofd gaan leven. Als kind heb je het jezelf aangeleerd om je gevoelens op afstand te houden. Er was immers niemand om die gevoelens te accepteren of te begrijpen en ook niet om te helpen ze te reguleren. Je dient dus weer in verbinding te komen met je lichaam en je emoties.
De balans tussen geven en ontvangen kan worden verbeterd en je kunt leren om de neiging teveel te zorgen voor anderen te begrenzen. Wanneer het perfectionisme in de weg zit kan er ruimte worden gemaakt om te leren omgaan met de innerlijke criticus of zelfkritiek. Daarbij kan zelfcompassie helpend zijn om een tegengeluid te ontwikkelen. Zelfcompassie kan ook helpen bij schaamtegevoelens. Er kan gekeken worden naar belemmerende kernovertuigingen en meer realistische kunnen worden ontwikkeld. Rouw kan ook om aandacht vragen, rouw om wat er niet is geweest en wat waarschijnlijk ook niet meer zal komen.
Familieopstellingen kunnen helpend zijn om patronen in de dynamiek inzichtelijk te maken. Je dient op je eigen plek in ‘de fontein’ te gaan staan. Daarbij heb je de verantwoordelijkheid van de ouder daar te laten waar die hoort. Je kunt de oude patronen doorbreken door niet langer te zorgen voor de behoeftige ouder. Het schuldgevoel dat daarbij waarschijnlijk komt kijken heb je dan te verdragen.
Mindfulness wordt genoemd als helpend om los te komen van oude patronen waarin je te snel geneigd bent om in de helpende of zorgende rol te schieten. Focusing kan helpen om meer in contact te komen je lichaam en je gevoel en helpt om te leren afstemmen op jezelf in plaats van op anderen.
Om patronen te doorbreken kan inzicht in de schema’s van schematherapie nog helpend zijn. Vaak worden bij parentificatie de schema’s of valkuilen van emotionele verwaarlozing, zelfopoffering en meedogenloze normen herkend.
Over emotionele verwaarlozing kun je verder lezen in dit blog. Zelfopoffering houdt in dat iemand zich teveel verantwoordelijk voor de ander voelt en zijn eigen behoeftes en grenzen uit eigen beweging onderdrukt zodat er aan de behoefte van de ander kan worden voldaan. Bij het schema meedogenloze normen is iemand continue actief en sterk gericht op efficiëntie. Verder kan iemand zeer kritisch zijn naar anderen en zichzelf, speelt perfectionisme een rol en is er weinig ruimte voor ontspanning en genieten. In het boek Leven in je leven van Young, kun je meer lezen over de verschillende schema’s en hoe daar afstand van te krijgen.
Om je ware zelf te worden heb je ook een veilige omgeving nodig waarin je kunt groeien. Een omgeving waarin dat wat bevroren is geraakt zich weer kan verlevendigen. Een plek waar je gewaardeerd wordt om wie je bent en waar je gerespecteerd wordt. Waar mensen afgestemd zijn en je kunnen spiegelen.
Geraadpleegde literatuur
Cori, J.L. (2022). De emotioneel afwezige moeder, herkennen en helen van emotionele verwaarlozing in de kindertijd. AnkhHermes
Cuppen, H. (2018). Liefdesbang, overwin verlatingsangst en bindingsangst. AnkhHermes
Hafkenscheid, A., Oostindiër, A., Schalkwijk, F. (2023). Symposium Parentificatie, wanneer het kind te snel ouder wordt. Rode Hoed Amsterdam en online.
Kamphuis, M. (2022). Te vroeg volwassen, over parentificatie. Boom
Kinet, M. (2018) Parentificatie, als het kind te snel ouder wordt. Garant
Klaaysen, S. (2021). Prikkels bijten niet. Wegwijs in onder- en overprikkeling voor hoogsensitieve personen die floreren bij dynamiek en variatie. Edauw en Johanissen
Miller, A. (2009). Het drama van het begaafde kind, op zoek naar het ware zelf. Spectrum
Steijn, E. (2020). De fontein vind je plek, grip op je leven door inzicht in je familiesysteem. Het Noordelicht
Veenbaas, W., Goudswaard, J., & Arnolt Verschuren, H. (2021). De maskermaker, systemisch werk en karakterstructuren. Phoenix opleidingen
Young, J., & Klosko, J. (2002). Leven in je leven, leer de valkuilen in je leven herkennen. Swets en Zeitlinger